Deze zal nog bijgewerkt worden voorlopig is het enkel een geconverteerde wordfile.


1. Voetballen wat is dat ?

 

Zeer complex spel (11:11) met dus ontelbare mogelijkheden

Standaardsituaties : Bal bij de keeper & spelhervattingen

Het gaat in voetbal om te winnen

Spelers moeten situaties herkennen (Ze moeten weten wat de bedoeling is van de verschillende posities in het veld tijdens balbezit, balbezit tegenpartij & de wisseling van balbezit. (dit alles in relatie tot de stand in de wedstrijd de tegenstander de druk, …))

VOETBALLEN, je moet er een TIC voor hebben !

Tic principe : Tic omvat alle middelen om het spel te spelen en die het spel be´nvloeden. Hoe groter de TIC hoe groter het voetbalvermogen.

Techniek :

Vaardigheid die nodig is om het spel te kunnen spelen (iedereen bezit een bepaalde mate van technische vaardigheid ook kleintjes)

Inzicht :

Het inzicht in het spel is nodig om te begrijpen welke acties ondernomen moeten worden of juist niet, en is vooral afhankelijk van ervaring en spelintelligentie.

Communicatie :

Tijdens het spel moet er gecommuniceerd worden met alle weerstanden die bij het spel betrokken zijn.

(non)Verbaal met de bal, terrein, publiek, coach, scheids

 

Een extra factor is dat er continue verandering van alle spel-ingrediŰnten. Het geen steeds opnieuw om nieuwe oriŰntaties en beslissingen vraagt. Waarnemen is hierin het sleutelwoord.

 

 

 

2. Jeugdvoetballers wie zijn dat ?

 

F (6-8 jarigen) :

Snel afgeleid

individueel (geen gevoel van samen) iedereen om en rond de bal, van voetbal is er nauwelijks spraken.

Als ze al lang bij de club zijn, zijn de eerste vormen van samenspel zichtbaar.

Beperkt zich veelal tot aannemen, dribbelen, drijven en trap naar voor en schot op doel.

 

E (8-10 jaar) :

Al veel meer bereid deel uit te maken van het team.

Kan langer aan 1 oefening werken.

Balbehandeling begint te lukken.

De ideale leeftijd om de basisvaardigheden onder de knie te krijgen.

Samen spel in de vorm van de eerste echte combinaties. Het dekken en vrijlopen gaan ze beter begrijpen.

 

D (10-12 jarigen) :

In team verband een doel nastreven

Zich meten met anderen.

Beheerst de eigen bewegingen

Bewust bezig zijn prestatie op te vijzelen.

Spelen 11:11.

Aanleren basis van de technieken is achter de rug nu vooral het ontwikkelen van het inzicht in het spel. Leren omgaan met groot speelveld, spelregels (offside) het spelen in een opstelling (bv 4-3-3) en vooral de belangrijkste principes bij balbezit en balbezit tegenpartij.

 

C (12-14 jarigen)

Betere beoordeling van situaties,

eigen mening

geldingsdrang

groeispurt,

vrijlopen en samenspelen wordt beter.

Taken die aan en bepaalde positie kleven, worden zichtbaar en worden geleidelijk opgepikt.

 

B (14-16 jarigen)

Groei zet zich door => Minder controle over de ledematen.

Puberteit (lusteloosheid, onredelijkheid, humeurigheid)

Wil zichzelf bewijzen (individu belangrijker dan het rendement van het team)

Er wordt korter gedekt (dus meer druk)

 

A (16-18 jaar)

Evenwicht (zowel geestelijk als lichamelijk)

Er wordt een keuze gemaakt tss prestatie of recreatie

Beter bestand tegen kleine ruimte spelen

Beheerster optreden (ˇ B)

Er op gelet op de het spel van de medestander

 

Meisjes :

F, E & D vergelijkbaar

Vanaf 13 zijn ze al teambewuster. Eigen prestatie ondergeschikt aan dat van het team

Zij weet het beter (Betrek deze meisjes bij het opstellen van regels, organiseren van activiteiten, ..)

Pas op 17-18 jarigen wil een goede speleters zich los zien van de rest en kas ze een uitzonderingspositie gaan innemen.

 

Globale Leeftijdsdoelstellingen

 

 

PUPILLEN

F E D

6 7 8 9 10 11 12

wennen door spelen leren (instructie) door het spelen van kleine partijtjes en basisvormen

 

het "baas" worden vooral technische vaardigheden

over de bal ontwikkelen context van de voetbalbasisvormen

de vak is de belang-

rijkste weerstand

Steeds in spelvormen steeds technische vaardigheid

waarin iedere speler koppelen aan inzicht in het spel

zoveel mogelijk aan de en spelcommunicatie (TIC)

bal is

JUNIOREN

C B A

13 14 15 16 17 18

leren door benaderen leren door prestatie komen tot opti-

van alle elementen wedstrijd na te male prestaie

van de echte wedstrijd bootsen in de training in wedstrijd &

training

Accent :

Technische rijping/ontwikkeling

Accent :

Inzichtelijke rijping/ontwikkeling

 

 

 

 

 

 

 

3. Voetballen, hoe leer je dat ?

 

* = Vroeger voetbalden de spelers vele uren/week op straat en ze ontwikkelende hun techniek en voetbalintelligentie door te leren omgaan met de steeds wisselende omstandigheden (Bomen, sloot als zijlijn, tuin van de buur, …)

 

Eisen van de coach

Het lezen van de voetbalsituatie

Het kunnen "spelen" met de voetbalweerstanden (methodische stappen kunnen maken)

Het probleem duidelijk kunnen maken

Het geven van het juiste voorbeeld

Het creŰren van het juiste leerklimaat, prestatiesfeer verbeteren

Hierbuiten ook rekening houden met :

de leeftijdskenmerken

decoach-doelstellingen per leeftijdscategorie

Vereenvoudigen van het spel maar toch de voetbalkenmerken moeten erin aanwezig blijven (het gaat om het behouden van de structuur (speelrichting en regels waarbinnen het spel wordt gespeeld) :

Beide partijen kunnen scoren

Twee teams in tegenovergestelde richting aan elkaar

Afgebakend veld (bv uit is uit)

Voetbaleigen vormen !!

 

 

Coachen is het be´nvloeden van het voetballen of van de spelers

 

We houden ons bezig met de oorzaken en gevolgen die het resultaat van de wedstrijd bepalen (niet laten afleiden door zaken niet direct met het spel te maken hebben.)

Onthouden van deze gebeurtenissen

Afhankelijk van de leeftijdsgroep tracht de coach een positieve bijdrage te leveren aan de voetbalontwikkeling van de spelers

Afstand nemen van de emoties die bij voetballen horen (ˇ de supporter : joelen, fluiten, …)

Verder denken dan de wedstrijd van vandaag. Het winnen vandaag is van ondergeschikt belang aan de ontwikkeling die morgen plaatsvindt.

Voor de spelers gaat de wedstrijd om te winnen voor de coach is het een middel om de ontwikkeling van de spelers te bevorderen en testen.

Actief kijken : Niet enkel de gevolgen zien (zoals de supporter) maar vooral naar de oorzaken kijken (hoe, wat wanneer en het waarom )

Training is het gevolg van een wedstrijd. Wat verkeerd ging moet In het vervolg goed gaan of wat goed ging moet nog eens extra worden benadrukt en bevestigd

Ontwikkeling van een bepaalde speler mag niet worden opgeofferd voor het resultaat van het team.

Af en toe wisselen van positie om de speler als voetballer completer te maken.

 

 

Hoe leer je coachen ?

Coachen heeft te maken met ervaring. Je leert het door te doen.

Kritisch te zijn voor je zelf. Deed ik het goed ? Hoe reageerde de spelers? Was de reactie zoals verwacht ? Hoe het ik het eventueel anders kunnen doen ?

Er plezier aan beleven

 

 

Het leren coachen onderscheiden we in vijf fazen :

Kennis en inzicht in het voetballen (wat bij balbezit, bij balbezit tegenpartij eisen van een bepaalde positie, …)

Het lezen van het voetbal (Waarnemen zowel voor, tijdens en na afloop van training en wedstrijd) Er doen zich veel meer voetbalproblemen (hoe meer ervaring van de coach hoe meer voetbalproblemen hij zal zien) voor dan dat hij voor mogelijk hield stel eens een lijstje op.

Doelstellingen Hoe kunnen deze voetbalproblemen opgelost worden. Het antwoord op deze vraag zijn de doelstellingen

Stellen van prioriteiten Alle voetbalproblemen kunnen niet tegelijk op gelost worden. Sommigen dienen eerst opgelost te worden voor een ander kan worden opgelost (ook rekening houden met de doelstellingen van de leeftijd)

Maken van plannen Wat wil de coach op het einde van het seizoen bereiken. In de planning zijn de prioriteiten opgenomen. Kan ook voor een kwartaal of een maand.

Plannen en voorbereiding van de training zijn essentiŰle zaken.

Van Gelder gaat uit van volgende sleutelvragen ?

Waar moet ik beginnen beginsituatie

Wat wil ik bereiken ? doelstelling

Hoe kan ik de training geven ? (wat en hoe/middelen)

Met welk resultaat heb ik de training gegeven ? (evaluatie)

Coachen voor en na de wedstrijd :

 

 

 

Dit betekent het volgende :

 

 

Voor de wedstrijd :

Jongste jeugd :

Laten "uitrazen" (met de bal)

Omkleden en zelfstandigheid in de kleedkamers bevorderen

Opmerking over de wedstrijd in de zin van "De bal niet afwachten, …

Oudere jeugd :

Inhaken op het beeld uit een vorige wedstrijd (te veel balverlies door individuele acties op moment dat er teveel tegenstanders in de buurt staat.

 

 

 

Tijdens de wedstrijd :

Jongste jeugd :

Globale aanwijzingen die een relatie hebben met en herkend worden uit eerdere situaties (trainingen/wedstrijden/besprekingen), ga naar de bal toe, ga naar het doel met die bal

Oudere jeugd :

Opmerkingen in relatie tot presteren in de wedstrijd (zowel individueel als collectief) waarbij het gaat om het nastreven van resultaat. Bv "Stoor niet alleen, wanneer niet iedereen meedoet.

Alle aanwijzingen bij voorbaat vooraf laten gaan door het zelf laten opsporen van de problemen en antwoorden laten zoeken

 

 

Na de wedstrijd :

Jongste jeugd :

Korte in drukken van de wedstrijd verzamelen en samenvatten.

lekker douchen, je schoenen buiten uitslaan, gÚÚn troep in de kleedkamer achter laten.

Oudere jeugd :

Spelers eerst aan bod laten komen over hun ervaring van de wedstrijd.

Zowel positieve als negatieve punten "duidelijk" aan bod laten komen.

Het beestje bij de naam noemen

Relatie laten leggen tussen de trainingen en wedstrijdsituaties

Individuele aspecten accentueren "steeds verkeerd passen, prima vrije trap, niet goed coachen

 

 

Wissels :

Bij de jongsten voorkomen dat er wissels langs de kant staan.

"Sterkste formatie in het veld op de momenten waar het er om gaat."

Een wissel moet steeds de bedoeling hebben het spel te verbeteren. Naderhand ook de wissel motiveren (wat was de bedoeling => wat was het resultaat)

Bij het nastreven van resultaat zal bij iedereen duidelijk moeten zijn (via training, coaching, bespreking) langs welke weg dit resultaat nagestreefd zal worden. De spelers zullen hierdoor meer begrip krijgen voor de maatregelen.

Bij teams/spelers/categorieŰn waar het resultaat minder belangrijk wordt geacht, zijn regelingen tav de wissels gebaseerd op ieder zijn beurt.

 

 

Aanvoerderschap :

Bij jongste grootste praatjes maker, …

Bij de oudste jeugd via aanvoerder een aantal zaken door de groep laten regelen, een soort verlengstuk van de coach (wel blijven controleren).

De aanvoerder moet een positieve invloed hebben op het resultaat.

Zoek samen naar zo’n speler. De speler moet het ook willen

Veelal zal er een natuurlijke leider aanwezig zijn. Observeer dus eerst de groep.

 

 

Opstelling :

De opstelling is een produkt van het nadenken over het zo optimaal mogelijk benutten van de beschikbare kwaliteiten en dit volgens de visie waarmee gevoetbald wordt (motiveren tov betrokkenen, spelers, bestuur)

Ook de beste spelers zodanig neer te zetten dat er steeds "op de tenen" moet worden gelopen. (overzetten naar ouder jeugd). Dus spelers daar laten spelen waar ze nog kunnen verbeteren, dus niet in het belang van het elftal

Aanpassen aan de tegenstanders enkel bij oudste jeugd en mag niet teveel afbreuk doen aan de visie tav het jeugdvoetbal.)

 

 

 

Het coachen in de verschillende ontwikkelingsfasen :

Niet "de" techniek, maar het spel, de spelontwikkeling en de spel- en wedstrijdrijpheid staan naast de spelvreugde centraal.

De techniek niet loskoppelen van het spel dus steeds onder weerstand inoefenen (ˇ Will Coerver)

 

Spelrijpheid :

Werd vroeger op staart opgedaan. Nu moet dit in een veel sneller gebeuren en dit kan enkel door gebruik te maken van vereenvoudigde spelvormen.

Basisvormen (4:4, 1:1, 5:2)

Later meer complexere spel- en wedstrijdvormen

Alleen spel- of wedstrijdvormen brengt de juiste sfeer, waarin spelers (zowel jongs als oud) gemotiveerd zijn en met volle inzet spelend oefenen.

 

 

De rol van de coach :

Het vroeger trial and error leren (straatvoetbal) moet gecompenseerd worden door efficiŰnte coaching

Wedstrijden (vriendschappelijk, competitie), partij-, spel-, wedstrijd- en oefenvormen op training

 

 

Coachdoelstellingen :

Coachen van de wedstrijd komt pas rond 12 jaar echt aan de orde

5-8 jarigen is 7:7 te onoverzichtelijke : te veel spelers en te groot speelveld. Daarom word er meer en meer op aangedrongen om 4:4 te spelen.

Pupillen : Het accent ligt op "motorische vaardigheden", uitvoering van de techniek het hier-en-nu" denken van het kind

Junioren : inzicht en communicatie gaat een belangrijke plaats innemen.

Vanaf 12 jaar uitgesteld denken (= een beeld vormen van wat komen gaat of wat geweest is). De coach dient het visueel te maken bv een technische vaardigheid die fout ging even laten zien en vervolgens het goed voordoen.

 

Doelstellingen met betrekking tot het leren van taken en functies in voetballen :

 

4 tegen 4 7 tegen 7

taken en functies in relatie Taken en functies in relatie

tot positie positie en linie

 

 

 

 

 

 

 

 

11 tegen 11

Taken en functies in relatie tot positie, linie en team

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

positie 11e speler : extra verdediging/middenveld/aanval

 

 

 

Opleiding & coach doelstellingen :

 

Leeftijd

Doel

Inhoud

     

5-7 jaar

Bal is doel

zgn voorfase het leren beheersen van de bal (de bal is rond … en dat is best moeilijk)

T.i.c.

vaardiheidsspelvormen

-richting

-snelheid

nauwkeurig

7-12 jaar

Bal is middel

basisspel-rijpheid

T.I.c

spelinzicht en technische vaardigheid ontwikkelen door middel van het spelen in vereenvoudigde voetbalsituatie (de zgn basisvormen)

12-16 jaar

wedstrijd is middel

wedstrijd

(11:11)-rijpheid

T.I.C.

teamtaken, taken per linie en posities ontwikkelen door kleine en grote wedstrijdvormen (en afgeleide vormen)

16-18 jaar

wedstrijd is doel

competitie-rijpheid

T.I.C.

wedstrijdcoaching

-rendement wedstrijdrijpheid

mentale aspecten

18 jaar

competitie is doel

optimale rijpheid

in senioren en/of topvoetbal

T.I.C.

specialisatie of multi-functionele be´nvloeding

 

 

 

5. Het lezen van voetballen

De voetbalprestatie is het best af te lezen uit wedstrijden. De coach dient dus de voetbalproblemen die uit de wedstrijd naar voren komen opsporen en vervolgens nadenken over hoe hij deze in de training gaat aanpakken

Kennis en inzicht in voetballen ?

 

De drie hoofdmomenten van het voetballen :

balbezit

Bal bezit tegenpartij

de wisseling van balbezit (balverlies of balverovering)

Deze kunnen we nog eens opsplitsen in volgende structuur

Spelbedoeling (waar gaat het om ? Het doel )

Algemene uitgangspunten (Middelen om spelbedoeling te realiseren. Hoe ?)

 

 

 

zie ook uitwerkingen pg 30-34

 

6. Voetbaltraining is … vooral voetballen

 

Uitgangspunten van de Zeister visie

 

Optimale voetbalbeleving :

wordt bereikt als de speler het idee heeft dat er gevoetbald wordt

Veel herhalingen :

Doen, doen en nog eens doen (zoals vroeger op straat). Daarom kan in de voetbaltraining worden volstaan met een beperkt aantal voetbalvormen waar alles in ziet wat het spel tot voetballen maakt : een bal, een veld met bep afmetingen, doelen waar je lekker kan scoren, medespelers, tegenstanders en voetbalspelregels. Door deze oefenvormen veel te herhalen zullen ze het spel beter onder de knie krijgen.

De juiste coaching :

eerst begrijpen hoe de jeugd het voetballen beleefd, om dan opmerkingen te maken waar de jeugdige spelers iets aan hebben en waar ze iets mee kunnen doen

Coachen is be´nvloeden van voetbalgedrag en dit op een manier waarmee de spelers beter leren voetbalsituaties op te lossen … dus beter gaan voetballen

Hoe meer kennis en inzicht in het voetballen helpt het coachen van voetballers te verbeteren

 

 

Welke opmerkingen of aanwijzingen gegeven moeten worden om de spelers te helen het spel beter te begrijpen is niet op papier te zetten. De trainer/coach moet hiervoor vooral goed zijn in het lezen (analyseren) van verschillende voetbalsituaties. Het kunnen aanleren van voetbal, vraagt een enorm inzicht van de coach/trainer en daar naast het vermogen om de geconstateerde tekortkomingen en/of kwaliteiten van de spelers te verduidelijken( het moet het probleem van de spelers worden)

 

Zeister visie

Eisen waaraan elke voetbaltraining moet voldoen

Samenvattend volgen hieronder puntsgewijs de eisen waaraan elke training zou moeten voldoen. Elke training kan aan de hand van deze punten worden beoordeeld. Een soort checklist dus.

 

 

 

VOETBAL-

EIGEN BEDOELINGEN

Doelpunten maken/voorkomen

Opbouwen tot/samenspel om

Doelgerichtheid

Snelle omschakeling balbezit/-verlies

SPELEN OM TE WINNEN

2. VEEL HERHALINGEN

Veel beurten

Geen lange wachttijden

Goede planning, organisatie

Voldoende ballen/materiaal

3. REKENING HOUDEN MET DE GROEP

Leeftijd

Vaardigheid

Beleving (top of recreatie)

LET OP ARBEIDS-RUST VERHOUDING

JUISTE COACHING

(be´nvloeding)

Spelbedoelingen verduidelijken

Spelers be´nvloeden/laten leren door : ingrijpen/stopzetten, aanwijzingen geven, vragen stellen, oplossingen laten aandragen, voorbeeld geven, voordoen

 

Het geheeld van 1-2-3 & 4 = OPTIMAAL LEERKLIMAAT

 

 

 

Het verbeteren van de prestatie van voetballers, hoe doe je dat ?

(zes stappen)

Het gestructureerd kijken naar voetbal in de drie hoofdmomenten (Balbezit/balbezit tegenpartij & wisseling van balbezit)

Voetballen LEERBAAR maken is voetballen EENVOUDIGER maken

 

Het probleem moet het probleem van de spelers worden

De spelers voor andere (=betere), effectievere oplossingen te kiezen (rendement van de acties vergroten)

De spelers moeten betere worden omdat de voetbalsituatie dit vraagt (niet omdat de coach dit zondig wil)

Inzicht krijgen in de specifieke voetbalweerstanden en hiermee moet de coach kunnen werken.

Daarbij moet de coach rekening houden met :

Bedoelingen

bv doelpunten maken, tegenpartij mag niet scoren, nog enkele minuten en de buit is binnen, …

Tijd

Tempo : zo snel mogelijk scoren, de bal zo lang mogelijk houden

Moment : verovering vd bal, ingooi, spelverplaatsing

Ruimte

bv dichtbij het doel van de tegenstander, eigen strafschopgebied,

Functie

Rollen : Afwerker, spelmaker, keeper, …

Taken : Rechterspits, linkervleugelverdediger, …

Het spel exact lezen binnen de vereenvoudiging van 11:11

Technisch : bv balsnelheid, op het goede been spelen, …

Inzicht : bv te gehaast, te gretig, onnodige overtredingen, …

Communicatie : bv elkaar niet begrepen, elkaar niet coachen, …

Werken met methodiek

bv werken met overtal, specifieke opdrachten geven, werken met de ruimte, spelregels aanpassen, tijd gebruiken.

De relatie tot de echte wedstrijd zal door de trainer steeds weer moeten worden aangegeven.

 

 

De voetbalweerstanden :

 

Ook zal de coach specifieke weerstanden uit de wedstrijd aan de orde stellen.

 

Communicatie van spelers, linies onderling

Spelregels

Resultaat/belang van de wedstrijd

Eigen formatie en die van de tegenstander

Specifieke kwaliteiten/tekortkomingen van de eigen spelers en tegenstanders

Positiespel bij balbezit/balbezit tegenpartij

Om tot een goede voetbaltraining te komen, moet het voetbalprobleem goed worden geformuleerd. Het geconstateerd probleem is altijd een voetbalprobleem, dus … de coach moet de wedstrijd lezen.

Belangrijke elementen van de probleembeschrijving zijn :

 

 

Coaches moeten in staat zijn :

Voetbalproblemen te formuleren (Wie, wat, waar en wanneer)

De voetbalproblemen uit leggen aan de spelers. Het is niet het probleem van de coach maar moet het probleem worden van de spelers.

Leren voetballen/leren coachen:

Observeren :

Lezen van voetbal, kijken naar het voetbal binnen de hoofdmomenten 1. Balbezit

Balbezit tegenpartij

Wisseling van balbezit

Beginsituatie bepalen :

Leeftijd - talent - beleving - niveau

Analyseren :

Formuleren van voetbalproblemen

Doelstellingen benoemen :

Rekening houden met : leeftijd - niveau - motivatie

Realiseren van de training :

Organisatie

Keuze oefenvormen

Belasting en belastbaarheid

Be´nvloeding

Evalueren :

Is het doel bereikt ? (Terugkoppelen naar alle andere stappen)

Lees ook van pg 44 tot 86

7. Techniek in voetballen

 

Techniek :

is een middel om een doel te bereiken.

komt overeen met het beheersen van de bal

de praktijk is de beste leermeester (Die praktijk moet ook zodanig worden ingericht worden, dat er veel geleerd wordt bv afmetingen, regels, …)

Geen situatie is hetzelfde in het voetballen, daarom moeten kinderen techniek ontwikkelen in voetbalspelletjes.

"De" techniek bestaat niet. Bv een wreefshot is anders afhankelijk van de plaats, positie medestanders, eigenmogelijkheden, …

 

Deskundig coaching kost tijd en dient systematisch en methodisch aangepakt worden.

 

De coach gebruikt volgende middelen om de kinderen te leren voetballen :

Kennis van de basistechnieken

Vaardigheid om voetbalsituaties te vereenvoudigen en vermoeilijken

Vaardigheid in coaching

Bewaken van de eisen die aan de voetbaltraining moeten worden gesteld.

 

Echter om te kunnen spreken van "leren" moet :

De bedoeling duidelijk zijn

Spelen met de weerstanden (organisatie/afmetingen, aantal medespelers & tegenstanders)

Aanwijzingen/correctie/voorbeelden geven

Plezier beleven aan de oefening (anders zullen ze de oefening niet lang volhouden)

 

 

 

 

 

 

 

Methodische volgorde in het leren van technische vaardigheden in voetballen :

5-7 Jaar : Het leren beheersen van de bal

Bewegingsopdrachten/spelvormen waarbij de bal individueel beheerst moet worden

Basisvormen waarbij zeer veel balcontacten gewaarborgd worden :

kleine aantallen spelers (1:1, 2:2, …)

eenvoudige voetbaleigen situaties (mikken , snel verplaten met bal, …)

7-12 jaar : Basis-spelrijpheid

Basisvormen :4:4 + variaties => bedoelingen + organisatie duidelijk maken en het spel op gang houden (als voorwaarde voor leren/ontwikkeling)

12-16 jaar : wedstrijd-rijpheid

Wedstrijdeigen situaties :

Echte wedstrijden

oefensituaties (bv 8 tegen 8)

"freeze"-situaties : stilzetten + slowmotion (vraag & antwoord)

Taaktraining :

Algemeen : 3 hoofdmomenten

Specifiek : naar positie, linie, flank

Basisvormen meer gericht op specifieke technische aspecten per taak/functie

Mentale training :

Teambuilding/het kunnen spelen binnen een afgebakende taak.

Individuele kwaliteiten ondergeschikt maken aan teambelang.

Kunnen investeren/trainen om later te oogsten.

Algemene middelen voor de coach :

Het organiseren en in gang zetten van basisvormen

Het kunnen onderkennen, benoemen en coachen/aanleren van technische componenten in het spel

Het kunnen "spelen" met de weerstanden

Het gebruiken van theoretische kennis

Het gebruiken van videobanden

Het geven van het voorbeeld (zelf of een goede speler laten doen)

 

 

 

 

Het stedenspel :

Een ideaal spel voor het aanleren van de basistechnieken in de "voorfase". Voor een uitwerking van dit spel lees pg 92-96.

 

 

Coerver-school :

Hij is van mening dat een speler die alle bewegingen beheerst, zoals omschreven in zijn boeken, een voetballer is die uit bijna elke voetbalsituatie winnend tevoorschijn zal kunnen komen.

Hij gaat hier echter voorbij aan alle andere weerstanden die door een voetballer moeten overwonnen worden om succes te hebben.

Wiel zegt dat spelers zo goed mogelijk kunnen leren voetballen door bewegingen met de bal aan te leren. De KNVB zegt dat spelers zo goed mogelijk kunnen leren voetballen door te voetballen.

Omdat techniek zeer belangrijk is voor een voetballer wordt binnen de Zeister visie gaarne de "methode Coerver" gebruikt als

onderdeel van de warming-up

Let wel op dat het oefenvormen/bewegingen zijn die reeds eerder zijn ingeoefend.

Bij voorkeur aan het eind van de warming-up als het lichaam al lekker warm is.

actieve rust tijdens een training

Tussen twee zware onderdelen in

Om te voorkomen dat spelers stilstaan

als huiswerk (ipv soms doelloos "zomaar" met de bal bezig te zijn)

tussen de wedstrijden op een tornooi

tijdens jeugd-voetbalkampen en dergelijke

het gebruik van Coerver’s oefenvormen eist al een bepaalde technische vaardigheid.

De spelers zullen op zoek zijn naar de "zin" van de oefening laat ze dus nooit op signaal een kapbeweging maken.

 

 

 

 

 

 

 

 

8. 4 tegen 4 Beter voetbal, meer plezier

zie hoofdstuk 8

De taken van de coach in het 4 tegen 4

Weten wat de bedoelingen van het voetballen zijn

Kennis en inzicht hebben in de technische vaardigheden waar speler op worden aangesproken en die onontbeerlijk zijn in het voetbalspel

De juiste coach-opmerkingen maken

Bij balbezit

Dicht bij het eigen doel gaat het om opbouwen :

vooral organisatie, veldbezetting, onderlinge afstanden

Goed positiespel met het doel de bal te houden en de pass vooruit/in de diepte